Ontsteking urinewegen kind

Een urineweginfectie wordt in de volksmond meestal een blaasontsteking genoemd. De ontsteking kan behalve in de blaas ook in de urinebuis, de urineleiders of (bij jongens) in de prostaat zitten. Bij ongeveer zes procent van de kinderen met koorts zonder een duidelijke oorzaak wordt een urineweginfectie gevonden. Urineweginfecties moeten tijdig worden opgespoord om schade aan de nieren te voorkomen.

Hoe jonger het kind is, des te minder duidelijk zijn de symptomen van een urineweginfectie. Bij kleine kinderen zijn huilen of koorts meestal de enige verschijnselen. De urine stinkt vaak. Ook prikkelbaarheid, buikpijn, niet willen eten, braken, diarree en/of afwijkend plasgedrag kunnen wijzen op een urineweginfectie. Bij een langdurende urineweginfectie groeit een kind niet goed. Bij oudere kinderen zijn er meer specifieke verschijnselen, zoals pijn bij plassen, loze aandrang, frequent toiletbezoek met steeds kleine beetjes urine, bloed bij de urine en/of ongelukjes met broekplassen. Ook kan pijn in de onderbuik of in de flanken optreden. Over het algemeen is er bij hoge koorts verdenking van een nierbekkenontsteking. Bij milde temperatuurverhoging is een blaasontsteking meer waarschijnlijk.

Oorzaken

Bij een infectie in de eerste levensmaanden kan er sprake zijn van onderliggende aangeboren afwijkingen aan de nieren en/of urinewegen.
Bij een infectie op latere leeftijd (3-5 jaar) kan verkeerd plasgedrag, zoals plas ophouden, niet goed uitplassen, tijdens plassen de bekkenbodemspieren aanspannen, een rol spelen. Dit gaat daarom vaak samen met de zindelijkheidstraining.
Een urineweginfectie ontstaat meestal door bacteriën uit de darmen. Deze komen vanuit de anus in de urinebuis terecht. Bij meisjes zit de urinebuis dichter bij de anus dan bij jongens. Meisjes hebben ook een kortere urinebuis dan jongens. Daardoor kunnen bacteriën makkelijker de blaas binnendringen. Meisjes hebben daarom sneller last van een urineweginfectie dan jongens.
Obstipatie (verstopping) en te weinig drinken kan ook leiden tot een urineweginfectie. Kou, tocht en wc-brillen veroorzaken geen blaasontsteking.

Wanneer is er sprake van een urineweginfectie?

Als uw kind bovenstaande symptomen en/of klachten heeft in combinatie met een afwijkend urineonderzoek (ontstekings-cellen in de urine), dan vermoeden we een urineweginfectie. De urine wordt vervolgens gedurende enkele dagen op kweek gezet. Als de kweek positief is, is de urineweginfectie definitief aangetoond.

Wat kunt u zelf doen?

Het is vooral erg belangrijk om uw kind veel te laten drinken. Wanneer uw kind zindelijk is, kunt u uitleggen dat het bij aandrang meteen naar de WC moet gaan. Zorg dat uw kind de tijd neemt om de blaas helemaal leeg te plassen. Bacteriën kunnen zich dan niet in de blaas ophopen.
Veeg de billen altijd van voren naar achteren schoon. Daarmee worden bacteriën uit de darm niet over de plasbuis geveegd.
Laat uw kind bij het plassen gaan zitten, met de voetjes op de vloer of opstapje, niet persen en nogmaals leeg plassen.
Wanneer u denkt dat uw kind mogelijk een blaasontsteking heeft, kunt u de urine laten testen bij de huisarts. U vangt wat (ochtend)urine op in een schoon potje en sluit dit goed af. Bij de apotheek kunt u goed afsluitbare bakjes kopen.

Bij baby’s of peuters die nog niet zindelijk zijn, is opvangen van urine lastiger. Er zijn echter speciale opvangzakjes voor urine verkrijgbaar bij de apotheek. Controleer regelmatig of er al urine in het zakje zit. Wanneer u voldoende urine heeft opgevangen, kunt u het voorzichtig overgieten in een schoon potje. De urine kan het beste binnen twee uur worden onderzocht. Lukt dat niet, bewaar het dan in de koelkast.

Wat gebeurt er in de behandelkamer?

Als uw kind bovenstaande symptomen en/of klachten heeft en een afwijkend urineonderzoek met ontstekingscellen in de urine, dan vermoeden we een urineweginfectie. De urine wordt vervolgens gedurende enkele dagen op kweek gezet. Als de kweek positief is, is de urineweginfectie definitief aangetoond

Behandelmogelijkheden

Urineweginfecties behandelen we met antibiotica om uitbreiding van de infectie naar de bloedstroom tegen te gaan en schade aan de nieren te voorkomen en/of te beperken. Afhankelijk van de leeftijd van uw kind en ernst van de klachten kan deze behandeling thuis plaatsvinden of in het ziekenhuis. Het is erg belangrijk dat u de antibioticakuur helemaal afmaakt, ook wanneer de klachten al verminderd zijn of zelfs verdwenen. Als u de kuur niet afmaakt, kunnen de bacteriën ongevoelig worden voor antibiotica en kan de infectie terugkomen.

Omdat urineweginfecties bij kinderen kunnen leiden tot nierschade, zal altijd verder onderzoek worden gedaan naar de oorzaak van de  ontsteking.

Vragen

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u die stellen aan uw behandelaar.

2-3_bph


Urinewegen