Blaaskanker

Een tumor van de blaas kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn. Goedaardige tumoren zijn meestal poliepen. Ze komen vooral bij jonge mensen voor. Blaaskanker daarentegen is een kwaadaardige tumor van de blaas. 95 procent van de blaastumoren is kwaadaardig. De meeste blaastumoren ontstaan uit de slijmvliescellen van de binnenbekleding van de blaas. Deze worden ook wel overgangsepitheelcarcinomen of urotheelcelcarcinomen genoemd. In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 5.200 mensen blaaskanker vastgesteld.

Oorzaken

Er is een aantal risicofactoren die de kans op het krijgen van blaaskanker vergroten. De belangrijkste risicofactor is roken. Rokers hebben drie tot vijf keer zoveel kans op blaaskanker als niet-rokers. Daarnaast geeft geregelde blootstelling aan bepaalde kleurstoffen, zoals aniline, voorkomend in bepaalde verfstoffen, een verhoogde kans. Er bestaat ook een erfelijke vorm van blaaskanker.

Verschijnselen

In het beginstadium geeft blaaskanker vrijwel geen klachten. Het meest voorkomende symptoom van een blaastumor is bloed in de urine (hematurie). Dit bloedverlies kan heel gering zijn. Daardoor is het niet altijd met het blote oog te zien, maar alleen onder de microscoop. Het kan ook gedurende langere tijd geheel verdwijnen. Een dergelijk waarschuwingssignaal kan dan gemakkelijk over het hoofd worden gezien terwijl de tumor zich wél verder ontwikkelt. Soms doet het plassen pijn, of zijn er regelmatig blaasontstekingen. Als de blaastumor doorgroeit of zich verspreidt, kan dat onderin de buik pijn veroorzaken. De toegang vanuit de nier tot de blaas kan bij een hoog gelegen blaastumor door het gezwel worden verstopt. Dan hoopt zich urine in de nieren op (hydronefrose), wat pijn in de zij kan veroorzaken.

Onderzoek

De diagnose blaaskanker wordt gesteld op basis van de klachten, het onderzoek van de urine en bloed en door aanvullend onderzoek. Deze onderzoeken kunnen bestaan uit het kijken in de blaas (cystoscopie; zie tekening), echografie, CT-scan en een MRI. Om een definitieve diagnose te kunnen stellen, is een stukje (biopsie) van het tumorweefsel nodig. Dit wordt tijdens een operatieve ingreep via de plasbuis verkregen waarna het verder microscopisch wordt onderzocht. Als uit het microscopisch onderzoek blijkt dat de tumor niet alleen het slijmvlies, maar ook de spierlaag van de blaaswand heeft aangetast, is er sprake van een spierinvasief groeiende tumor. In dat geval is nader onderzoek nodig om na te gaan hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn.

Behandeling

De meest toegepaste behandelingen van blaaskanker zijn op dit moment een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie) een behandeling met medicijnen (chemotherapie en immunotherapie) of een combinatie van deze drie. De keuze van behandeling is afhankelijk van de uitgebreidheid van de tumor en de conditie van de patiënt.

Chirurgie

De behandelmethode wordt afgestemd op het stadium waarin de tumor zich bevindt. Kleine tumoren die de spieren van de blaaswand nog niet hebben aangetast, kunnen tijdens een kijkoperatie (transurethrale resectie TURT of TURB) radicaal worden verwijderd.

Als het nodig is, kan de transurethrale resectie van de tumor uit de blaas gevolgd worden door blaasspoelingen: de blaas wordt dan een aantal maal gespoeld met een oplossing met chemo om restjes tumor te verwijderen en/of te voorkomen dat er nieuwe tumortjes ontstaan.

Bij een sterk agressief type blaastumor (spierinvasief), waar de kans groot is op snelle doorgroei of verspreiding op afstand (metastaseren), wordt gewoonlijk de hele blaas operatief verwijderd. Als de blaas is verwijderd, moet een kunstmatig afvoerkanaal voor de urine worden gemaakt. Dat kan via een stoma of een vervangblaas.

Bestraling

Bestraling ofwel radiotherapie is een behandeling met radioactieve stralen om kankercellen te vernietigen. Bestralen gebeurt veelal om ernstige symptomen te verlichten. Dit is vaak een palliatieve behandeling – een behandeling die niet meer gericht is op genezen – maar wel op het onder controle houden van de symptomen, zoals het stelpen van bloedingen en verlichten van pijn. Er zijn ook mensen die geen blaasverwijdering willen. In die situaties wordt meestal bestraling geadviseerd met het doel om de blaastumor geheel kapot te bestralen (curatieve bestraling).

Chemotherapie

De naam chemotherapie verwijst naar de behandeling met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of hun groei remmen. De medicijnen worden rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en ook kankercellen in uitzaaiingen op afstand kunnen bereiken. Het kan uitzaaiingen soms verkleinen of symptomen van een gevorderde kanker verlichten.

Waar kunt u terecht voor uw behandeling

U kunt met uw klachten een afspraak maken op de polikliniek in beide ziekenhuizen.
Bepaalde behandelingen worden uitgevoerd op de locaties die daarvoor de benodigde expertise en uitrusting beschikbaar hebben. Na afloop van uw behandeling kunt u voor uw controle weer naar de polikliniek van het ziekenhuis dat u wenst.

Chirurgie

De chirurgische behandelingen (het verwijderen van de blaas), die door de beroepsvereniging en de Inspectie voor Volksgezondheid worden gezien als hoogcomplexe chirurgie, worden uitgevoerd in het St. Antonius Ziekenhuis. Dit ziekenhuis voldoet voor deze chirurgie aan de eisen zoals ze gesteld zijn door de beroepsvereniging en door de Inspectie. Ook kan in het St. Antonius Ziekenhuis uw blaas verwijderd worden met behulp van de Da Vinci robot.

Radiotherapie

Deze behandeling wordt uitgevoerd door onze collega’s van het UMC Utrecht.

Chemotherapie

Deze behandeling wordt uitgevoerd in beide ziekenhuizen.

Meer informatie

www.kwf.nl
www.nfk.nl
www.waterloop.nfk.nl
www.allesoverurologie.nl


Kijkonderzoek in de blaas